Soms zit het mee en soms zit het tegen. Bij ons zat het even
tegen. Dus was ik een poosje aan huis gekluisterd. Ik zal niet uitweiden over
het hoe en waarom, want daar gaat het nu even niet over. Waar het wel over gaat
is dat ik thuis graag in joggingpak rondloop. Dat mag, geloof ik. Maar vervolgens
loop ik in dat pak ook gewoon naar buiten: boodschapjes doen, kids naar school
brengen en tijdens de griepepidemie ook een aantal keer naar de huisarts. En
dat kan dan weer niet.
Alhoewel? De supermarkt is eerlijk gezegd best te doen. Bij Lidl kom ik diverse ‘soortgenoten’ tegen.
Met een knikje ter herkenning laden we onze wagens in, rekenen af en keren snel
huiswaarts.
Het schoolterrein is een ander verhaal. In joggingpak je
kids afleveren is not done. Het schoolplein is een catwalk van fashionable moeders. ‘Zonde hè? Best een
leuke vrouw, maar na de kinderen doet ze er niets meer aan.’ Ze zeggen het
niet, maar ik hoor het ze denken. Schoorvoetend breng ik dus mijn kinderen weg.
Mezelf toesprekend dat rokjesdag van
de zomer wel weer komt. Nee, in mijn favoriete outfit is school zeker niet mijn
favoriete plek.
Maar bij een snotterig bezoekje aan de huisarts leek mijn domestic suite, me prima op zijn plaats.
Dus onbezorgd toog ik in mijn huiskloffie het Gezondheidscentrum binnen. ‘Mevrouw Taal? Loopt u even mee?’ AARRRCHHH!!!
In één klap voel ik me hondsberoerd. Huisartsen blijken in nieuwbouwwijken
alles behalve stoffige oudere mannen in witte doktersjassen. Welnee, hier
hebben ze bevallige slanke jongedames, met hoge hakken, hippe sexy rokjes en
felrode lippenstift.
De regelmatige ‘kwaaltjes’ van manlief vallen nu direct op
hun plaats. En ook dat toeschietelijke: ‘Nee hoor schat, ik breng de kinderen
wel naar school’. Dat gaat veranderen. Inmiddels ben ik weer aan het werk en
mijn joggingpak ligt veilig in de kast. Ik haal ’t er binnenkort misschien weer
uit als ik ga sporten; op advies natuurlijk van een van die slanke
aantrekkelijke huisartsen.
